maandag 21 november 2022

Dag 8: Trinidad - Sancti Spiritus - Camaguey.

Trinidad.
We vertrekken uit Trinidad om 08.30 uur voor een rit door Centraal Cuba. Hierbij doorkruisen we verschillende provincies. De meeste toeristen geraken niet tot dit afgelegen oostelijk gebied van Cuba. De voorziene afstand bedraagt 265 km.
Hotel La Ronda in Trinidad.
Valle de los Ingenious.
Als men Trinidad verlaat via de weg naar Sancta Spiritus, zo'n 16 km ten oosten van Trinidad, doorkruist men over een afstand van 30-40 km de Valle de San Louis, in de volksmond Valle los Ingenious (Dal van de Suikermolens). Sinds 1988 is deze vallei Werelderfgoed. In de 18e en 19e eeuw ploeterden in dit dal tienduizenden zwarte slaven rond op vijftig tot zeventig suikermolens. Tegen het einde van de 18de eeuw werd de suikerindustrie stevig verankerd in deze vallei, wat Trinidad veel voorspoed bracht. 
Valle los Ingenious - Dal van de suikermolens.
Nu is een reis door het dal, een  reis door de tijd terug naar de slavernij. Het lijkt alsof je door een geschiedenisboek bladert: suikerindustrie, slavernij, grootgrondbezitters, de invloed van de Spanjaarden, het begin van de klassenstrijd. De suikerrietvelden zijn nu gedeeltelijk verdwenen en nu worden er bananen, mango's, yucca's en guavas geteeld.

Torre Iznaga.
Een lichtbaken of een uitkijkpost? Het is een 43,5 m hoge vreemde toren met 137 treden opgericht door een slavenhandelaar. Boven heeft men een adembenemend uitzicht op de suikerrietvelden. Deze zeven verdiepingen van de Torre is omsluierd met legenden.
Persen van suikerriet door Belgische slaven.
Een versie is dat de rijke suikerhandelaar de toren liet bouwen om er zijn ontrouwe echtgenote in op te sluiten. Een andere versie: de toren diende als uitkijkpost om zijn 231 slaven in de omliggende velden in de gaten te houden. Nog een andere versie: Iznaga bouwde toren om zijn broer en rivaal, ook een grootgrondbezitter en suikerbaron, duidelijk te maken wie het in het dal voor het zeggen had. Aan de voet van de toren staat de klok die vroeger geluid werd aan het begin en einde van de werkdag op de plantage.
Klok in Iznaga, gaf begin en eindsignaal van de werkdag aan.
Toni had nog een ander verhaaltje. Twee broers zochten naar water. Ze waren ook elkaars rivalen om een mooi slavinnetje. De vader gaf opdracht om water te zoeken. De ene met een toren te bouwen, de andere door een put te graven. Beide bouwsels even groot en diep. Dus besloot de vader om het grietje voor zich te nemen. Een legende die misschien niet waar is, maar toch leuk.
Uitzicht van op de top van de Iznaga toren.
Boven op de 'Torre Iznaga'.
Torre Iznaga. Is het een klokkentoren, lichtbaken of  een uitkijkpost?
Bestemming Sancti Spiritus.
Vanuit Trinidad is het een uurtje rijden tot de koloniale stad Sancta Spiritus. In dit gebied steunt de economie vooral op de suiker en tabaksteelt en ook op de veeteelt. We rijden over de tweehonderd jaar oude terracotta Yayabo-brug die de nieuwe stad met het oude koloniale centrum verbindt. Midden in de stad ligt het drukke Plaza Serafin Sanchez, genoemd naar een plaatselijke patriot die in 1896 omkwam.
Plaza Serafin Sanchez in Sancti Spiritus.
Puento Yayabo
Met de grote terracotta bogen is deze brug uit 1825 uniek in Cuba. Volgens de overlevering voegden de werklieden geitenmelk toe aan het cement om de brug sterker te maken. Met zijn vier bogen lijkt de brug geïnspireerd op de middeleeuwse bruggen in Europa.
Puento Yayabo in Sancti Spiritus.
Camaguëy.
Het is een 200 kilometer verder rijden waarbij we door de gelijknamige provincie rijden. Het is de grootste provincie van Cuba en bestaat uit uitgestrekte vlaktes meestal met grazend vee of volgeplant met suikerriet. Dat zijn vanouds de voornaamste bronnen van inkomsten. Camagëy is één van de oudste steden van Cuba en tot 1950 was het het centrum van de veefokkerij. In 2008 werd de stad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO gezet.
Camaguëy, de huizen met een explosie van kleuren.
Gids in Camaguëy legt het heel enthousiast uit.
Camaguëy wordt ook wel de 'kerkenstad' genoemd, omdat de wijken van de stad rond kerken gebouwd werden. Een twintigtal in totaal. Wanneer er een nieuwe lading Spaanse immigranten aankwam, bouwden ze een kerk en gingen er omheen wonen. Later werd het natuurlijk moeilijk om al die wijken met elkaar te verbinden, zodat de stadsplattegrond er nogal eigenaardig uitziet.

Tinajones
Camaguëy is de stad van de tinajones, terracotta kruiken in alle vormen en maten. Vroeger kampte de stad met een groot watertekort. Aanvankelijk gebruikten de Spanjaarden lege olijvenpotten om het probleem op te lossen. Later werden die kruiken nagemaakt met plaatselijke klei. Het waren voornamelijk de rijken die in die tijd regenwater opvingen. Nu worden ze ook gebruikt als versiering. Deze tonnen zijn letterlijk overal, of als monument of voor echt gebruik. Ze kunnen 2 m hoog zijn en een omtrek van 3 à 4 meter.
Zittend naast een tinajones/waterkruik.
Bici-taxi in Camaguëy
Bicitaxis zijn primitieve Cubaanse versies van de riksja. Het zijn driewielige fietstaxi's die in elkaar is gezet door twee autostoelen op een metalen frame te lassen. Ze worden in grote steden ingezet voor korte ritjes. Alleen te gebruiken als men geen haast heeft. Met deze typische taxi maken we een leuke rondrit door het labyrint van de straatjes en pleinen van deze stad.
Bici-taxi in Camaguëy.
Sommige van de bici-taxis hebben zelfs een elektrische moto.
Ray en Toni hebben ook een bici-taxi gedeeld.
Bici-taxi
Bronzen beelden in het stadsbeeld.
In het centrum heeft een lokale kunstenaar enkele bronzen beelden neergezet die het leven in de stad weerspiegelen.
Roddelende dames op de Plaza del Carmen of Plaza Agramonto.
Bici-taxis staan te wachten.
Logies.
We hebben 265 km gereden en komen om 18:00 toe aan ons hotel voor 1 nacht. We logeren voor 1 nacht in Camaguëy in het hotel Santa Maria.
Route van Trinidad naar Camaguëy.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten